In het landelijke Broekheurne, aan de zuidrand van Enschede, ligt 't Walmink — een eeuwenoud erve waarvan de naam voor het eerst rond 1360 werd opgetekend, en waar sinds 1938 een landhuis staat dat rijksmonument is.
De naam Walmink gaat ver terug. Volgens lokaal-historisch onderzoek — van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker en de Oudheidkamer Twente — wordt het erve voor het eerst omstreeks 1360 genoemd. De oudste bewaard gebleven naamsvermelding staat in het schattingsregister van Twente uit 1475, waarin het als "Walmanshus" is opgetekend: een half erve.
Walmink was eeuwenlang een pacht- en leengoed van de graven van Bentheim (voorheen Solms-Ottenstein). Het lag in het zuidelijke deel van de Esmarke, in het gebied dat tegenwoordig buurtschap Broekheurne heet — een landschap van broekgronden, beken en houtwallen ten zuiden van Enschede.
Dat "half erve" zegt iets over omvang én rechten: een hoeve met ongeveer de helft van het land en het halve aandeel — het waardeel — in de gemeenschappelijke grond van de marke, waar de boeren mochten weiden, hout halen en plaggen steken. Als goed van de graaf was Walmink daarbij horig: de boer bewerkte het land, maar het erve behoorde de heer toe.
Walmink
"Walminck, ein half erve, togehoerich den grave to Benthum…"
Generaties lang werd het erve bewoond door de familie Wissink. In de negentiende eeuw kwam via huwelijk de familie Smelt op het erf. Beide families woonden er nog samen toen 't Walmink in de zomer van 1937 door brand werd getroffen — een krantenbericht uit die dagen noemt "de families Wissink en Smelt" als bewoners en eigenaren. De familie Smelt zou 't Walmink tot in de twintigste eeuw in handen houden, en het een nieuwe gedaante geven.
In de nacht van 22 op 23 juli 1937 brandde de oude boerderij met aangebouwd heerenhuis 't Walmink volledig af. Op dezelfde plek liet Gerrit Herman Smelt (1895–1950) — eigenaar van een groothandel in elektrotechnische artikelen — het huidige landhuis bouwen, naar ontwerp van architect A.G. Jansen. Het huis kwam in 1938 gereed.
Het is een pand van twee bouwlagen in bruine baksteen, met een symmetrische voorgevel en twee hoekrisalieten. Kenmerkend zijn de rieten schilddaken met dakkapellen, de gemetselde schoorstenen, en de originele stalen ramen en deuren in houten kozijnen — met drielichts vensters en luiken.
"Een felle brand is vannacht uitgebroken in de boerderij met aangebouwd heerenhuis genaamd 't Walmink te Enschede aan den weg naar Alstätte, bewoond door en eigendom van de families Wissink en Smelt. […] Met moeite gelukte het de bejaarde mevrouw Wissink, die slecht ter been is, naar buiten te dragen. Het groote pand is afgebrand. Niets kon worden gered."
Op 13 september 1944 legde een verkenningsvliegtuig van de RAF het erf van bovenaf vast — het landhuis met de ronde oprijlaan, de oude stal, de niervormige vijver, de lanen en het weiland, midden in het broeklandschap van Broekheurne. Sleep de lijn om de originele opname te vergelijken met een ingekleurde versie.

Sinds 1944 groeide de woonwijk Stroinkslanden rondom 't Walmink dicht, terwijl het erf op exact dezelfde plek bleef liggen. Alle beelden delen hetzelfde kader — ruim 700 meter breed, noord boven. Speel de jaren af of sleep de knop over de tijdbalk.
Wat 't Walmink bijzonder maakt, is dat het interieur grotendeels bewaard is gebleven. Achter de gevels vind je houten lambriseringen met ingebouwde kastruimte, gestucte plafonds, glasdeuren met geslepen glas en een monumentale haardpartij met gecanneleerde kolommen — een samenhangend geheel van binnen en van buiten.
Sinds 27 januari 1999 is 't Walmink ingeschreven als rijksmonument. De bescherming is gebaseerd op de waardering van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:
Landhuis 't Walmink is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de kenmerkende traditionalistische bouwstijl, en de hoge mate van in- en uitwendige gaafheid.